Overzicht medische tuchtzaken

27-04-2026 - 03-05-2026
13
Zaken
18
Week
2026
Jaar

Tuchtbode Nieuwsbrief, week [weeknummer] [jaar]

1. INLEIDING

Welkom bij deze editie van de Tuchtbode. Deze nieuwsbrief analyseert wekelijks tuchtrechtelijke uitspraken om bij te dragen aan het lerend vermogen binnen de zorg. Deze editie belicht onder meer thema’s rond dossiervorming, medicatievoorschrift en diagnostische zorgvuldigheid, gebaseerd op 13 recente uitspraken.

2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Documentatiekwaliteit: Meerdere zaken benadrukken het belang van volledige, consistente en transparante verslaglegging (o.a. ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:80).
  • Informed consent: Bij medicatievoorschrift en diagnostiek blijkt adequate voorlichting cruciaal om klachten te voorkomen (o.a. ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:81).
  • Diagnostische onderbouwing: Tuchtcolleges hechten aan heldere motivering van diagnoses en behandelbesluiten, vooral bij crisismaatregelen (o.a. ECLI:NL:TGZCTG:2026:88, ECLI:NL:TGZCTG:2026:91).
  • 3. STATISTIEKEN

    • Totaal aantal zaken: 13
    • Beroepsgroepen:
    • Psychiater: 5
    • Huisarts: 2
    • Anesthesioloog: 1
    • Arts: 1
    • Verpleegkundig specialist: 1
    • Verzekeringsarts: 1
    • Uroloog: 1
    • Overig: 1
    • Maatregelen opgelegd: 2 (waarschuwing en voorwaardelijke schorsing).

    4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

    Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)
    • Anesthesioloog (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99)

    Verwijt: Onvolledige verslaglegging van plaatselijke verdoving.

    Uitspraak: Klacht deels gegrond, geen maatregel.

    Motivering: Eénmalig tekortschieten, geen actuele beroepsuitoefening, en handelen dateert van bijna tien jaar geleden.

    Leerpunt: Zorg voor tijdige en volledige registratie van interventies, ook bij kortdurende procedures.

    • Psychiater (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:80)

    Verwijt: Onvoldoende onderbouwd rapport in een arbeidsongeschiktheidsonderzoek.

    Citaat: “De omschrijving ‘matige coöperatie’ wordt niet onderbouwd door de omschreven gang van zaken.”

    Uitspraak: Klacht deels gegrond, waarschuwing.

    Motivering: Gebrek aan consistentie en onderbouwing in het rapport.

    Leerpunt: Onderbouw observaties concreet in rapporten, vooral bij termen die impact hebben op besluitvorming.

    Beroepen (Centraal Tuchtcollege)
    • Arts (ECLI:NL:TGZCTG:2026:89)

    Verwijt: Onzorgvuldige off-label toediening van methadon en gebrekkige dossiervorming.

    Uitspraak: Beroep verworpen; voorwaardelijke schorsing van 6 maanden.

    Motivering: Onvoldoende zorgvuldigheid bij medicatievoorschrift en documentatie.

    Leerpunt: Wees extra alert op protocollen bij off-label medicatiegebruik en documenteer de afweging expliciet.

    • Atypische zaak: Uroloog (ECLI:NL:TGZCTG:2026:90)

    Verwijt: Klacht over verspilling van medicatie en communicatieproblemen.

    Uitspraak: Verzet ongegrond; klacht reeds ongegrond verklaard.

    Motivering: Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen vastgesteld.

    Leerpunt: Communiceer proactief over logistieke knelpunten (bijv. incontinentiemateriaal) om misverstanden te voorkomen.

    5. CONCLUSIE

    Deze week onderstrepen de uitspraken het belang van transparante communicatie en zorgvuldige documentatie, zowel in behandelingstrajecten als bij rapportage. Daarnaast tonen zij aan dat tuchtcolleges bij medicatiebesluiten strikt toetsen aan geldende protocollen. Samen reflecteren deze zaken op een consistent toepassen van professionele standaarden als preventie tegen tuchtrechtelijke klachten.


    De Tuchtbode onderschrijft de volledige uitspraken zoals gepubliceerd op Overheid.nl. Raadpleeg steeds de originele bron via de vermelde ECLI-link.

    Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

    📄 Alle Zaken

    ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8523
    01-05-2026
    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster werkt als arts in hetzelfde ziekenhuis als de anesthesioloog. Klaagster is geopereerd aan een breuk in haar rechterelleboog. De anesthesioloog heeft daarbij de plaatselijke verdoving uitgevoerd. Sindsdien heeft klaagster ernstige klachten aan haar rechterarm. Klaagster verwijt de anesthesioloog onder meer onjuiste dan wel onvolledige verslaglegging. Dat klachtonderdeel is gegrond; tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen maatregel op: éénmalig tekortschieten, niet meer als anesthesioloog werkzaam, toetsbaar opgesteld, handelen vond bijna tien jaar geleden plaats.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8363
    29-04-2026
    Ongegrond klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater hem onvoldoende te hebben voorgelicht over bijwerkingen van diverse medicijnen en het gebruik van medicijnen niet goed te hebben afgebouwd. Dat klager wel voldoende is voorgelicht blijkt uit het geheel van contacten en het medisch dossier. De medicatie is daarnaast voldoende afgebouwd.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZCTG:2026:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2994
    29-04-2026
    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met de huisarts die op dat moment als waarnemer werkte. Klaagster en haar echtgenoot (klager) verwijten de huisarts onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het Regionaal Tuchtcollege in ‘s-Hertogenbosch heeft klager in drie klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klagers verwerpen.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZCTG:2026:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2883
    29-04-2026
    Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. In het kader van de voorbereiding van een crisismaatregel heeft de psychiater een medische verklaring opgesteld. Klager verwijt de psychiater dat zij hem niet serieus heeft genomen, een onjuiste diagnose heeft gesteld en ten onrechte een crisismaatregel heeft opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZRSHE:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8352
    29-04-2026
    Verweerster heeft klager op verzoek van de medisch adviseur onderzocht in het kader van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van klager. Het college oordeelt dat het rapport niet voldoet aan de criteria die daar volgens vaste jurisprudentie van het CTG voor gelden. Het is niet inzichtelijk en consistent, omdat de omschrijving “matige coöperatie” niet wordt onderbouwd door de omschreven gang van zaken. Ook de panieklichten en sombere stemming van klager zijn onvoldoende uitgevraagd. Het klachtonderdeel dat de psychiater geen opheldering heeft gegevens over haar BIG-registratie is ongegrond. Klager had hierover geen concrete vragen aan de psychiater gesteld. Overigens is zij niet gehouden meer gegevens te verstrekken dan uit het algemeen toegankelijk BIG-register blijkt. Klacht deels gegrond, maatregel waarschuwing
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZCTG:2026:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2891
    29-04-2026
    Gegronde klacht tegen een arts. De arts is om een consult gevraagd voor een arrestant op een politiebureau (hierna: de patiënt). De patiënt klaagde over hevige pijn in zijn bovenbeen die was ontstaan bij zijn arrestatie. De arts heeft hem pijnstilling in de vorm van paracetamol en methadon verstrekt. De Inspectie verwijt de arts dat hij op onzorgvuldige wijze off-label methadon heeft verstrekt aan de patiënt en dat hij geen zorg heeft gedragen voor een zorgvuldige en volledige dossiervorming van de zorg die hij aan de patiënt heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van voorwaardelijke schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaren opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van de arts verwerpen.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZRSHE:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8279
    29-04-2026
    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater met het voorschrijven van CBD-olie als pijnbestrijding te zijn gestopt. Het college oordeelt dat de psychiater tot dit besluit heeft kunnen komen, omdat de werking van deze medicatie naar zijn mening niet de meest aangewezen was, hij klager alternatieven heeft geboden en meerdere urine controles onverklaarbaar waren waardoor het vermoeden ontstond dat klager het gebruik van CBD-olie gebruikte om zijn heimelijk gebruik van cannabis te verhullen.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8048
    29-04-2026
    Klager verwijt verweerder in brede zin nalatig en onprofessioneel handelen, onder meer vanwege gebrekkige ondersteuning richting de gemeente, onvoldoende opvolging van verwijzingen, onjuiste advisering en communicatie en onjuistheden in het medisch dossier. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij een feitelijke medische brief voor de gemeente opgesteld, de gevraagde verwijzingen verzorgd en passend medisch advies gegeven. Voor zover feiten niet kunnen worden vastgesteld, kan door het college geen tuchtrechtelijk verwijt worden aangenomen. Daarnaast zijn verschillende klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd of feitelijk onjuist gebleken.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZCTG:2026:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2892
    29-04-2026
    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een uroloog. De echtgenote van klager was onder behandeling bij de uroloog. Klager verwijt de uroloog dat er sprake is van verspilling van medicatie en het onnodig op kosten jagen. Tevens klaagt hij erover dat hij aan het lijntje is gehouden door patiëntenbelang, dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd toen zijn echtgenote incontinentiemateriaal nodig had en dat hij voor paal stond bij de apotheek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte kennelijk niet ontvankelijk in de klacht verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8238
    29-04-2026
    Klaagster had een geschil met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Verweerder is verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV. Hij heeft een herbeoordeling verricht in bezwaar, beroep en hoger beroep. In hoger beroep heeft verweerder uiteindelijk zijn standpunt herzien, hetgeen leidde tot de toekenning van een uitkering. Klaagster maakt verweerder uiteenlopende verwijten, onder meer over het ten onrechte volharden in zijn eerder ingenomen standpunt met betrekking tot de diagnose ME/CVS in 2019 en de weigering om direct daarna de behandelaren van klaagster te raadplegen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZCTG:2026:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2885
    29-04-2026
    Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was onder ambulante behandeling bij de crisisdienst van een GGZ-instelling. De psychiater was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de psychiater hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld en medicatie is voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7714
    29-04-2026
    Klagers verwijten de huisarts onder meer dat hij hen onjuist en zonder toestemming heeft doorverwezen naar de specialistische GGZ, hun integriteit heeft geschonden, onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het medisch dossier gebreken vertoont. De klachten vinden hun oorsprong in onvrede over eerdere verwijzingen naar en afwijzingen door een psychologenpraktijk. Het college oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld en zich juist heeft ingespannen om passende hulp voor klagers te organiseren. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt dat de huisarts steeds in overleg met klager heeft gehandeld, hem voldoende heeft geïnformeerd en diens instemming heeft verkregen voor de verwijzing naar de specialistische GGZ. Van een verwijzing buiten klager om of van tegenstrijdige verklaringen is geen sprake. Ook het medisch dossier is adequaat bijgehouden en voldoet aan de wettelijke eisen. Voor zover klachten zien op handelen van andere zorgverleners binnen de praktijk, geldt dat de huisarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.
    Bekijk volledige zaak →
    ECLI:NL:TGZCTG:2026:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2884
    29-04-2026
    Ongegrond klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de verpleegkundig specialist hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld, medicatie is voorgeschreven en een crisismaatregel is opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
    Bekijk volledige zaak →